Vindt u dat ook

Het gesprek ging over inenten ja of nee. De gesprekspartners waren 50-plussers en een paar jongeren. Ik vertelde dat ik in de Hongerwinter difteritis had overleefd dank zij het feit dat ik was ingeënt. Verbaasde blikken. Ingeënt? Gebeurde dat toen al? Hongerwinter? Hadden ze wel van gehoord, maar werd door sommigen geassocieerd met “Verweggistan”, zeker niet met Den Haag. Ik had veel uit te leggen. Zoals de Hongerwinter en wanneer wij die barre tijden herdenken. Over inenten werd nauwelijks meer gesproken.

De term herdenken, of gedenken, heeft doorgaans een wat droevige connotatie; we gedenken het overlijden van onze gelieven, onze ouders, dat ene kind dat voortijdig om het leven kwam, de gevallenen in de oorlog die we op 4 mei gedenken.

De tegenhanger van gedenken is vieren. We vieren geboortedagen, andere heuglijke feiten uit ons leven. Daarnaast vieren wij dagen die van betekenis zijn geweest voor ons land. Naast de christelijke feestdagen vieren we Nieuwjaarsdag, Koningsdag en Bevrijdingsdag als algemeen erkende feestdagen. Dit jaar vierden we bovendien de Vrede van Munster, 1648. “Vrede van Munster, we worden vrij”, dreunden we op school op. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd erkend als soevereine staat en was niet langer onderworpen aan Spanje. Hebt u er wat van gemerkt?

Die feestdagen zijn lang niet allemaal vrije dagen; Bevrijdingsdag 5 mei is maar eens in de vijf jaar een vrije dag.

Een dag die in veel landen als feestdag wordt gevierd is 1 mei, Dag van de Arbeid. Wij doen er collectief niets aan. In ons land zijn we vrij terughoudend zowel met vieren als met gedenken. Het beruchte “doe maar gewoon” is overheersend, lijkt het.

Neem de Derde dinsdag in september, Prinsjesdag, de opening van het parlementaire jaar. Voor de schoolkinderen in Den Haag is die dag nog steeds een vrije dag, de rest van Nederland viert die dag als een gewone werkdag. Dan mogen we ’s avonds op de buis kijken en luisteren naar de Troonrede die door het staatshoofd wordt uitgesproken.

En herdenken we de Hongerwinter? Er kwamen 20.000 mensen om het leven, niet door oorlogsgeweld maar puur door gebrek aan voedsel, mede te wijten aan de spoorwegstaking. Sinds Dolle dinsdag (dinsdag 5 september 1944) was het spoorwegpersoneel in staking. De verwachting was dat de oorlog gauw afgelopen zou zijn. Door die staking geen aanvoer van voedsel over land. Daar kwam nog eens bovenop de transportproblemen als bevroren rivieren in deze extreem koude winter. Dus voedseltekort.

Dan krijg je als stadskind van elf jaar ook nog eens difteritis. Dan overleven…. Dank zij de collectieve inenting op de lagere school. Die lang niet overal in Nederland plaatsvond, heb ik later begrepen. Het maakt voor mij de Hongerwinter een soort wonder.

Natuurlijk hebben Groningers een heel andere herinnering aan de winter van ‘44/’45 als een Randstedeling. De meeste mensen die op hongertocht gingen kwamen niet verder dan Zwolle, de brug over de IJssel was een haast onneembare barrière. Randstad en Groningen leerden elkaar niet in die barre omstandigheden kennen. Ik vind het ook daarom steeds weer prettig om nu over die tijd te spreken. Ook een soort herdenken. Wat vindt U?

Aletta