Vindt u dat ook?


Zwijgen.


Wie eenmaal zwijgt, diens tong is voor altijd gebonden.
Bij de indrukwekkende televisie-uitzending ter herdenking van de moord op Martin Luther
King vijftig jaar geleden schoot mij die uitspraak te binnen. Martin Luther King heeft nooit
gezwegen, nooit het onrecht en de discriminatie verzwegen waar de zwarte Amerikanen tot
ver in de jaren zestig aan blootstonden – trouwens nu nog. Ook al wist hij dat het hem zijn
leven zou kosten. Zijn tong is nooit gebonden.
Onze taal kent meer zegswijzen waar het woord zwijgen een specifieke betekenis heeft:
zwijgen als het graf; wie zwijgt stemt toe; spreken is zilver, zwijgen is goud; zwijgen in alle
talen; waarover men niet kan spreken moet men zwijgen.
In de meeste uitdrukkingen heeft het woord zwijgen en positieve connotatie. Meer dan eens
memoreerde mijn moeder dat haar moeder, mijn oma dus, kon “zwijgen als het graf”. Dat wil
zeggen: zij gaf nooit commentaar op de gang van zaken in de huishoudens van haar zes
kinderen en schoonkinderen. Knap hoor!
Bij “Wie eenmaal zwijgt, diens tong is voor altijd gebonden” heeft zwijgen de betekenis van
een moreel gebod, het is je plicht om nu je stem te verheffen tegen onrecht, een onjuiste gang
van zaken, een maatschappelijke toestand die fout is. Als je nu zwijgt verlies je het recht van
spreken op een later tijdstip. Het is de stem van het protest. Protest, dat ook een stille
weigering kan zijn om te doen wat je onjuist acht, zwijgend protest.
Bij de term protest denken we al gauw terug naar de jaren ’60 van de vorige eeuw. Het waren
jaren waarin de jeugdcultuur opkwam, met hippies en groepen als provo. Nou hadden we in
onze jeugd natuurlijk ook een jeugdcultuur; meisjes heetten bakvissen en we gedroegen ons
ook allesbehalve als de keurig opgevoede meisjes waarvoor onze ouders zo hun best hadden
gedaan. Toch werd het anders zo rond 1964. De jonge generatie ontwikkelde een heel eigen
muziekcultuur, kleding en uitgaansleven; ze hadden een eigen kijk op onderwijs en
arbeidsverhoudingen, om maar wat te noemen en maakten luid en duidelijk hun eisen
kenbaar.
Maar het waren zeker niet alleen de jongeren die leuke dingen voor zichzelf wilden. Zij waren
in het straatbeeld wel de opvallendste verschijningen, met hun afwijkende kleding en haar.
Het werkelijke protest kwam vooral van volwassenen en ouderen, zo blijkt inmiddels uit
onderzoek. Betogingen tegen de oorlog in Vietnam trokken duizenden deelnemers,
demonstraties voor betere arbeidsvoorwaarden idem dito. Elke maatschappelijke misstand
was het waard om tegen te protesteren. Vaak ging het om inspraak in de eigen
leefomstandigheden. Het werd niet langer zwijgend aanvaard dat over ons maar zonder ons
werd beslist.
Die beroemde jaren ’60 zijn voorgoed voorbij. Hun erfenis is dat we niet langer zwijgend een
situatie ondergaan die we als onrechtvaardig ervaren. We weigeren zwijgend slachtoffer te
zijn. Het protest heeft een stem gekregen.
Wat vindt u?
Aletta.