Vindt u dat ook?

“t Is weer voorbij, die mooie zomer”, zingt het liedje. Was die zomer nou zo mooi? Ik heb er geen specifiek goede of slechte gevoelens over. De kranten hebben ons niet overladen met terugblikken op andere uitzonderlijke zomers, dus het zal wel meegevallen zijn, gewoon zo’n tussendoor zomer. En zo hoort het ook!
Herinnert u zich buitengewone - goede of slechte - zomers? Ik eigenlijk niet. Geen zomers waarin de vakantie werd verpest doordat het voortdurend regende, of zoiets. Ze zijn er vast wel geweest maar hebben dus geen dramatische indruk op mij achtergelaten. Anders ligt het met de winters. Natuurlijk de beruchte Hongerwinter, van `44-`45, die ook nog eens een van de koudste winters is geweest van de 20e eeuw. Maar die van `43-`44 mocht er ook wezen. De mensen veegden braaf hun stoep schoon, letterlijk. De bergen sneeuw bleven langs de stoepranden liggen, stijf bevroren, wekenlang. Wij kinderen liepen hele stukken over die sneeuwhopen naar school. Ach, in je herinnering was zo’n winter helemaal niet zo erg.
Wat doen je herinneringen eigenlijk met je verleden? Bij het ouder worden gaan we terugkijken; onze herinneringen zijn dan ook de belangrijkste factor in hoe we terugkijken op ons leven, De taal heeft uitdrukkingen voor dat denkproces: ‘ik heb een geheugen als een zeef!’ ‘mijn geheugen bedriegt me’, ‘een ijzersterk geheugen’. We zijn bovendien geneigd om het mooier te maken, als het goed is. In dat denkproces dat herinnering heet kan dan ook wel eens iets wijzigen, zo in de loop van de tijd.
Vindt u het ook zo interessant om herinneringen uit te wisselen, met familie of goede bekenden? Ik had een broer die nog geen anderhalf jaar jonger was dan ik. Natuurlijk maakt de positie binnen het gezin – oudste of jongste – heel veel uit. Maar pratend met hem was het alsof hij het over volstrekte vreemden had in plaats van over mijn en zijn ouders. Wat voor ons beide behoorlijk confronterend was. En ons beider beeld van onze jeugd heeft beïnvloed. Waarschijnlijk eerlijker, objectiever zogezegd, heeft gemaakt.
Praten over vroeger is belangrijk. Soms zit je in een fase waarin juist de minder goede herinneringen steeds komen bovendrijven; dan wordt het tijd eens naar jezelf te kijken: zit ik soms slecht in mijn vel? En hoe kom ik daaruit? Praten! Alleen al het benoemen van zaken die je dwars zitten kan je uit een dergelijk bijna-depressie helpen.
Met mijn kinderen probeer ik zo af en toe behalve over hun eigen jeugd ook over mijn jeugd te vertellen; ik denk dat het goed is om te weten vanuit welke context dingen gebeurden zoals ze gebeurden. Dat leidt soms tot verrassende uitspraken van hun kant. En activiteiten; mijn – gereformeerde – geliefde wilde beslist de kerk zien waar ik gedoopt was, mijn eerste communie had gedaan en getrouwd was; mijn jongste dochter vertelde dat ze in Den Haag de straat en buurt had opgezocht waar ik ben opgegroeid. En die reacties zetten mij ook weer aan het denken. Overigens zijn mijn kleinkinderen minsten zo geïnteresseerd als mijn kinderen.
Zonder nou sentimenteel te worden, de periode van kerst en de jaarwisseling vraagt erom dat we omkijken. Die rel die we hadden met dat familielid, die kwestie met dat vrindje van de kleindochter, was dat nou helemaal zo erg? Zullen we maar mooi met een schone lei het nieuwe jaar ingaan?
Wat vindt u?
Aletta.