Vindt u dat ook?

Ieder jaar vieren we een aantal feest- of herdenkingdagen die voor iedereen gelden als een soort nationale feestdagen, dagen waarop we allemaal vrij zin: Kerstmis, Pasen, Hemelvaartsdag, Pinksteren, enz. Het zijn oorspronkelijk – en eigenlijk nog steeds – christelijke feestdagen. Geënt op het Bijbelverhaal over het leven van Jezus van Nazareth is die christelijke oorsprong niet exclusief meer voor christelijke landen, het Europese model heeft zich over de hele wereld verspreid. Daarnaast kent ieder land zijn eigen feestdagen zoals de verjaardag van het staathoofd – al of niet de werkelijke verjaardag van bij voorbeeld de vorst, of een vastgestelde fictieve dag waarop het staatshoofd wordt gefêteerd. Voor Nederland is dat uiteraard koningsdag.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Op Prinsjesdag, de derde dinsdag in september vieren we de parlementaire democratie met de opening van een nieuw parlementair jaar, een dag eigenlijk alleen in Den Haag echt wordt gevierd. Nog steeds zijn alle schoolkinderen die dag vrij.

We houden onze geschiedenis levend door ingrijpende gebeurtenissen te herdenken. Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog werd afgesloten met het Verdrag van Versailles. En 75 jaar geleden op 6 juni 1944 landden de geallieerde strijdkrachten in Normandie waarmee de bevrijding van de Noordelijke landen al België en West-Nederland in zicht kwam. Voorwaar een dag om jaarlijks aandacht aan te schenken. Ik herinner m nog dat het die dag en dagen erna onrustig was in Den Haag. Natuurlijk had ik geen benul van wat er gaande was maar zoveel mensen op straat die met elkaar stonden te praten… Gelukkig wisten we niet dat er nog die vreselijke Hongerwinter stond aan te komen.

Als privépersoon heeft ieder van ons in ons leven ook momenten gekend die de moeite van het onthouden en herdenken waard zijn. Neem je geboortedag en die van je ouders en eventuele kinderen en kleinkinderen. En de sterfdagen van degenen die je lief waren. Je eventuele huwelijksdag. Weet u die data nog? Herdenken we die of zijn we ze bewust of onbewust aan het vergeten? Eerlijk is eerlijk, nu we oud zijn hebben we niet meer zoveel zin in “toestanden”. Ik betrap mezelf erop dat ik niet meer zo nodig jarig hoef te zijn. Die dag valt bovendien altijd in de zomervakantie. Toch doe ik het weer ieder jaar. Het is een van de weinige gelegenheden dat ik mijn kinderen bij elkaar zie. Ik weet ondertussen dat ik achteraf altijd blij ben dat ik toch mijn geboorte heb herdacht oftewel heb gefeest. Ik hoop dat nog een paar jaartjes vol te houden. U ook?

Wat vindt u?

Aletta.

Vindt u dat ook

“Die krant staat bol van de 50-plussers”, aldus kleinzoon Stefan – 2e klas Praediniusgymnasium. Hij kwam met zijn moeder even langs, op de terugweg van de stad naar huis. Terwijl ik met Laura bijpraatte dook hij in de stapel nog af te werken leesvoer en diepte er een blad over ouderen uit op. Tijd om hem ook bij te praten dus.

Logisch, Stefan, zei ik. Er zijn zoveel van die 50-plussers. Ga maar na. Ieder jaar komen de 49-jarigen erbij en die oude plussers willen maar niet dood. Vroeger ging de burgemeester op verjaarsvisite als iemand uit zijn gemeente 100 jaar werd. Daar zijn de meesten mee opgehouden, want het kostte hen teveel tijd. Het wordt bovendien niet meer heel bijzonder gevonden, je 50ste verjaardag.

Vindt u dat ook?

December- wintermaand. De maand van de huiselijke familiefeesten: Sinterklaas, Kerstmis, de jaarwisseling, afgesloten met Nieuwjaarsdag. Sinds mensenheugenis of langer vieren we elk van die dagen op een heel specifieke manier. Sinterklaas is het kinderfeest bij uitstek. Mijn broertje en ik waren nog vrij jong toen mijn broodnuchtere moeder ons vertelde dat het niet Sinterklaas was die de cadeautjes bracht maar dat zij die zelf kocht. Zij vond het voor-de-gek-houderij om de kinderen in Sinterklaas te laten geloven. Mijn broertje was diep teleurgesteld, hij huilde erom, het sprookje was uit.

Vindt u dat ook?

Februari 1945 in Den Haag. De winter die nu de Hongerwinter heet, die bovendien tot de koudste winters van de eeuw ging behoren. Ik was 11 jaar en ik werd ziek. Mijn broertje werd erop uitgestuurd om de dokter te waarschuwen. Het was een half uur lopen, want geen telefoon, geen fiets of tram. De dokter kwam na een paar dagen en constateerde difteritis; ik moest geïsoleerd liggen om anderen niet te besmetten. Mijn moeder ontplofte: ze heeft iedereen al lang kunnen besmetten deze dagen. Ik bleef dus in bed in de huiskamer. Want ons hele gezin, mijn ouders, mij broertje van 10 jaar en ik sliepen in de grote woonkamer van het Haagse benedenhuis. Dat was veilig, oordeelde mijn moeder, maar vooral: het was er niet de hele dag stervenskoud. In die kamer brandde een deel van dag het Majokacheltje. Dat was en groot blik waarin een brander was geknutseld en waarop de suikerbieten werden gekookt; dat nam veel minder brandstof dan de kachel. Want gas was er al helemaal niet. Tussen haakjes: die suikerbieten waren heel goed te eten, alleen tegen het eind van de winter werden ze taai en smakeloos, net als alle bewaarkool destijds.

Vindt u dat ook?

Prinsjesdag. Hebt u ook naar de buis gekeken, naar de Troonrede en de rijtoer door Den Haag? Vond u Den Haag ook zo mooi? Eigenlijk is het een heel bijzondere dag, die derde dinsdag in september. September is een maand waarin twee doordeweekse dagen een toegevoegde bijnaam hebben die niet verwijst naar een godsdienstige gebeurtenis zoals Kerstmis of Pasen. De derde dinsdag in september heet Prinsjesdag, de eerste heet Dolle Dinsdag. Op Prinsjesdag vieren we ieder jaar nog heel actief de opening van het nieuwe parlementaire jaar. Dolle dinsdag is geschiedenis, geboren op de eerst dinsdag van september 1944.

Vindt u dat ook?

Ik liep op straat. Er stopte een auto even verderop langs de stoeprand, een vrouw stapte uit en liep terug, mijn kant op. We hadden even oogcontact. Toen ze mij passeerde zei ik: Wat hebt u een mooi haar. Ze had knalblauw haar, daar zal ze wel veel commentaar op krijgen, dacht ik. Ze bedankte voor het compliment, we lachten elkaar vriendelijk toe ten afscheid en gingen ieder verder onze eigen weg. Dat was alles, een vluchtig contact met een vreemde die ik waarschijnlijk nooit meer zal terugzien. Ik was verrast dat het mij zo’n goed gevoel gaf.

Vindt u dat ook?
Het is al een poosje gangbaar beleid in Nederland: ouderen dienen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Een groot percentage ouderen wil dat zelf ook. Dat constateren de ouderenbonden, met instemming, zie onder anderen de Nieuwsbrief van september van de. PCOB . Iedereen tevreden dus? Nou, niet helemaal. Want het betekent niet dat ouderen tot hun laatste snik in hun uppie in de ondertussen te grote, onderhoudsintensieve en dus kostbare gezinswoning willen blijven zitten waar ze al dertig jaar of langer in wonen. Soms hoor ik ouderen zeggen: dan neem ik toch gewoon een douche beneden. Maar wonen in dat grote huis is een lust maar ook een last: je moet de zaak toch blijven onderhouden; is dat nou zo’n fijne oplossing? Dat blijft een belasting.

Vindt u dat ook?
Sinds de vader van mijn kinderen na dertig jaar het pand verliet en jongste zoon de wijde wereld introk woon ik alleen en dat bevalt prima. Ik heb een plezierig netwerk, zoals men tegenwoordig de kring van familie, vrienden en kennissen om je heen noemt. Natuurlijk kwam het af en toe met iemand tot iets meer dan vriendschap maar samenwonen was er niet bij.
Gelukkig is het tegenwoordig mogelijk om als alleenstaande, vrijgezel, single of hoe je het ook wilt noemen een “eigen voordeur” te hebben. Ik herinner me nog goed uit de tijd toen ik nog werkte in Den Haag de horrorverhalen van collega’s die van elders kwamen over hun huurkamerellende. Destijds had je een woonvergunning nodig, zelfs als kamerbewoner. Die kreeg je alleen als je aantoonbaar economisch gebonden was aan de stad. En een zelfstandige woning zat er niet in tenzij je een paar kinderen had.
En hoe is het nu?

 

Vindt u dat ook?
Een krantenbericht: een man van rond de dertig jaar is dood aangetroffen in zijn woning. Hij blijkt zo’n drie manden geleden overleden te zijn. Er is geen misdrijf in het spel, de politie gaat uit van zelfdoding. Niemand had hem gemist, niemand had iets ongewoons opgemerkt.
Vaak, te vaak komen we dit soort berichten tegen, over eenzame mensen die het niet meer zien zitten, zogezegd.
Eenzaamheid komt voor onder alle lagen van de bevolking, vooral onder jongeren tot zo 35 jaar en onder 55-plussers, zo blijkt uit onderzoek.

Vindt u dat ook

Het gesprek ging over inenten ja of nee. De gesprekspartners waren 50-plussers en een paar jongeren. Ik vertelde dat ik in de Hongerwinter difteritis had overleefd dank zij het feit dat ik was ingeënt. Verbaasde blikken. Ingeënt? Gebeurde dat toen al? Hongerwinter? Hadden ze wel van gehoord, maar werd door sommigen geassocieerd met “Verweggistan”, zeker niet met Den Haag. Ik had veel uit te leggen. Zoals de Hongerwinter en wanneer wij die barre tijden herdenken. Over inenten werd nauwelijks meer gesproken.

De term herdenken, of gedenken, heeft doorgaans een wat droevige connotatie; we gedenken het overlijden van onze gelieven, onze ouders, dat ene kind dat voortijdig om het leven kwam, de gevallenen in de oorlog die we op 4 mei gedenken.